Romi



Op 8 januari 2009 vetrokken Juri en ik naar Arad in Roemenie om hulpgoederen te brengen en op de terugweg drie hondjes mee te nemen naar Nederland.

Na een lange reis waarvan het deel van de Hongaarse-Roemeense grens naar Arad in Roemenie misschien wel het langste leek arriveerden we in Arad. Een drukke plaats met veel taxi’s, dat viel direct op, die zich kris kras en toeterend door het drukke verkeer manoeuvreerde. Na enig zoeken vroeg ik de weg naar het stadhuisplein aan twee voorbijgangers die gelukkig goed Engels spraken en uiteindelijk kwam daar het plein van de ontmoeting met de Roemeense vrijwilligers in zicht. We belden met het thuisfront die gespannen op bericht wachtten en thuis achter de computer de live webcam beelden van het plein bekeken.

Jury had de bus aan de overzijde geparkeerd en liep naar het midden van het plein voor het imposante stadhuis en hoorde over de telefoon dat we goed zichtbaar waren!! Snel de bus aan de overzijde voor het stadhuis geparkeerd en toen was het wachten op Ioana die vanuit Glina zo’n 700 km was gekomen naar Arad met de hondjes. Na enge tijd wachten in de kou (-13) stopte er een auto met vier mensen er in waar Juri Ioana in herkende. Na een kennismaking werden de drie hondjes uit hun reisboxen gehaald en even uitgelaten op het plein.

Een hondje viel mij direct op omdat ze op mij toeliep om vervolgens kwispelend tegen mij aan te staan en duwde vervolgens haar kopje in mijn jas. Ik zal dat moment nooit vergeten, die donkere ogen leken wel te zeggen, kom jij mij ophalen? Na het overladen van de goederen en in de bus zetten van de drie hondjes begon na het afscheid nemen van de Roemenen de lange weg naar Nederland.

Omdat de bewegwijzering gebrekkig was reden we Arad in verkeerde richting uit en belandden uiteindelijk 76 km meer noordwaarts in Roemenie. Toevallig viel ons een bord op wat wees in de richting van de Hongaarse grens en na een snelle alternatieve route planning besloten we die we te nemen, kort nadat we de weg opdraaiden werden we staande gehouden door een politie controle. De agenten wilden de inhoud van de auto inspecteren en Juri deed de laadruimte open, de zaklampen van de agenten schenen naar binnen en de hondjes hielden zich muisstil, 6 ogen keken angstig in de lichten van de zaklampen. Nadat Juri met handen en voeten en de paspoorten van de hondjes duidelijk had gemaakt wat de bedoeling was mochten we weer verder rijden.

Bij de grens aangekomen herhaalde zich hetzelfde ritueel weer als bij de politie controle, norse beambten, de zaklampen en drie bange hondjes die alleen maar keken… Tot onze opluchting mochten we doorrijden en zochten hetzelfde hotel weer op als waar we op de heenreis hadden geslapen, gelukkig mochten de hondjes op de kamer overnachten en eindelijk even de pootjes strekken na vele uren rijden in zeer dichte mist.

Ik trof het op de terugweg naar Nederland bij toeval wanneer we de hondjes even lieten plassen en drinken dat ik Schatzi aan de lijn had, en wat een knuffel was dat al, angstig voor de vreemde omgeving en steun zoekend aan mijn been, dan weer tegen mij aan staan en haar kopje in mijn jas gedrukt, ik had ook direct wat met haar, die ogen!

In Nederland aangekomen en nadat de adoptanten hun hondjes hadden opgehaald was afgesproken dat Schatzi naar Caroline in Appeltern zou gaan voor noodopvang omdat er voor haar nog geen vast thuis gevonden was. Nog moe van de reis en om Schatzi ook op adem te laten komen besloten we haar de andere dag naar Caroline te brengen.

Ik heb onrustig geslapen die nacht, ik zag er tegen op om haar weg te brengen maar nog niets tegen Von gezegd. De volgende ochtend op weg gegaan naar Caroline, onderweg keek ze me maar aan met die grote bruine ogen, ze lag niet ontspannen en ik begon mij ook steeds ongemakkelijker te voelen. Toen ze op een gegeven moment bij Von voorin was gaan zitten zag ik vanuit mijn ooghoek dat ze telkens naar mij keek met een blik van, nu ben ik aan de beurt he? Mijn maag kromp ineen bij de blik van haar koppie..

Aangekomen bij de prachtige boerderij van Caroline liepen we achterom het huis en Caroline zei dat zij de hondjes naar buiten zou laten om daar kennis met elkaar te maken. Von keek mij aan en zag een asgrauw gezicht, ik kon ook geen woord meer uitbrengen. “Je kan het niet hè, zei Von, tranen is alles wat ik toen nog had. Ik kon het echt niet, van af het moment dat ik haar in Arad ontmoette was er een klik tussen ons en dat is niet meer weggegaan. Von zei , “dan moet ze mee terug lieverd”.

Inmiddels was Caroline naar buiten gekomen en Von zei dat we Schatzi weer mee zouden nemen, enigszins hersteld en opgelucht beaamde ik dat. Caroline kon alleen maar lachen en zei dat dit de snelste adoptie ooit was. Schatzi is mee naar huis gegaan voor een goeden toekomst en ik laat haar nooit meer gaan, ze geeft mij het gevoel dat ik haar al jaren ken, het is een schat van een hond en we hebben haar Romi genoemd, naar het land van herkomst.